Aristoteles’ Ethics
‘Vergelijk de φιλία (filia) van Aristoteles met de ἔρως (eros) van Plato’
Plato's eros is een universele essentie waar de mens al dan niet aan kan deelnemen. Participatie aan de eros is een kunstvorm van moeilijk te bereiken belichaamde kennis. Wat dat precies betekent, is niet direct toegankelijk, omdat het beschrijven van Plato’s eros een uiterst omvangrijke taak is. Dit wordt duidelijk uit de verschillende opvattingen over eros, gepresenteerd in het Symposium, waarin iedere opvatting over eros een alsmaar dieper deel van de waarheid van eros weergeeft. Plato biedt dus inzichten over de eros op verschillende lagen en vanuit verschillende bewustzijnsniveaus.
Aristoteles' onderzoek naar filia betreft een beschrijvende en feitelijke analyse van 'vriendschap'. Aristoteles concludeert dat filia een menselijke kwaliteit of eigenschap is, geen kosmische essentie waaraan de mens deelneemt. Vriendschap wordt omschreven als genegenheid en gelijkheid tussen twee mensen. Als deze twee vrienden elkaar bovendien het goede wensen, ervaren ze vriendschap in de volste zin van het woord. Indien de mens dus de kwaliteit 'goedheid' bezit kan hij ook echte vriendschap bezitten, wat een genegenheid is.
Een fundamenteel verschil tussen Plato’s eros en Aristoteles’ filia komt naar voren in het onderscheid tussen mythos-bewustzijn en logos-bewustzijn. Plato's onderzoek is gefundeerd in de mythe, terwijl Aristoteles' onderzoek hoofdzakelijk vanuit de logos plaatsvindt. Plato's mythos-bewustzijn is verhalend, met als doel impliciete kennis van de moraal te verschaffen voor menselijke belichaming en participatie.
In tegenstelling hiermee richt Aristoteles' onderzoek zich op analytische, expliciete kennis van het menselijke fenomeen ‘vriendschap’. Zijn benadering is een rationele uiteenzetting van feiten en geabstraheerde observaties over vriendschap, waarbij vragen worden beantwoord zoals wie vriendschap bezit, wie niet, en of er parallellen te vinden zijn met maatschappelijke instituties. Aristoteles' werk is feitelijk een conceptualisatie, waarbij een abstracte voorstelling van 'de vriendschap' wordt ontwikkeld.
Het voordeel van dergelijk analytisch onderzoek over zaken als vriendschap en liefde is de vergroting van expliciet conceptueel begrip, kennis en bewustzijn. Een potentieel nadeel, naar mijn inzien, van deze vorm van onderzoek, is de neiging tot dissociatie. Terwijl mythos-bewustzijn impliciete en belichaamde kennis beoogt, doet logos-bewustzijn dit expliciet en analytisch. Hoewel het rationele conceptuele begrip wordt vergroot, bestaat het risico van dissociatie ten opzichte van het bestudeerde. Dit betekent dat de vriendschap en liefde conceptueel begrepen kunnen worden zonder dat ze daadwerkelijk worden uitgeleefd. Dit slaat het hoogste doel mis.
Een mogelijk inzicht dat deze vergelijking mij ook heeft geboden, is het idee dat rationeel analytisch onderzoek ook het gevaar loopt om de gecreëerde abstracties als allesomvattende waarheid aan te nemen. Aristoteles’ onderzoek biedt uitgebreid conceptueel inzicht in ‘de vriendschap’. Echter, na vergelijking van beide werken valt mij op dat Aristoteles’ onderzoek de gerichtheid naar de essentie van de vriendschap mist die Plato’s manier van onderzoek beter aan het licht lijkt te stellen. Waar Aristoteles conceptuele abstractie en bewustzijn wint, verliest hij impliciete diepgang richting de essentie van de vriendschap en de liefde.