Aristoteles’ Categorieën
‘Wat zijn de categorieën van Aristoteles?’
Naar mijn inziens beschrijven de tien categorieën van Aristoteles in ieder geval de tien grondvormen (of verschijningsvormen) van het menselijke verstand en de rede. Ik ga ook beargumenteren dat Aristoteles’ categorieën wijzen naar de tien grondvormen van het universum zelf.
Als alle losse woorden in alle menselijke talen in één lijst worden gezet en die lijst wordt gerangschikt naar het soort inhoud waarnaar de woorden verwijzen, ontstaat de lijst van Aristoteles’ tien categorieën. Dit betekent dat Aristoteles’ tien categorieën de tien inhoudsvormen of verschijningsvormen zijn die ten grondslag liggen aan alle begrippen en waarin de taal aan de mens verschijnt. De tien grondvormen constitueren dus alle taal.
Een van de diepste vragen die hieruit volgt, is tot welk niveau deze tien grondvormen daadwerkelijk de werkelijkheid weerspiegelen. Als taal de werkelijkheid constitueert – een primaire claim die bijvoorbeeld het Christendom maakt – en de menselijke taal universeel tien grondvormen heeft, zou dit kunnen betekenen dat aan de werkelijkheid die wij bezitten ook tien grondvormen ten grondslag liggen.
Mijns inziens is dit ook hoe Aristoteles zijn tien categorieën begreep. Dit betoog ik omdat de mens door Aristoteles wordt gezien als de eerste substantie waar alles uit volgt. Deze vorm is anders dan de andere grondvormen, omdat dit het zijnde is. Zonder het zijnde kunnen de andere vormen niet bestaan omdat de andere vormen allemaal vormen in het zijnde zijn. Zonder het zijnde is er geen kwaliteit, geen kwantiteit, geen relatie, geen plaats, enz. Alles wordt dus over de eerste substantie beweerd of is als vorm of kwaliteit aanwezig in de eerste substantie.
Het eerste zijnde noemt Aristoteles de primaire substantie en dit zijn individuele mensen en dieren. Ieder bewust wezen is hiermee een primair centrum in het universum. Als bewuste wezens primair zijn in het universum, moet voor Aristoteles daarmee bewustzijn (of de ziel) primair zijn in het universum. Dus, in zoverre onze taal ons bewustzijn constitueert, zijn de tien grondvormen voor Aristoteles dan ook een fundament in het universum.
Een volgend invloedrijk besef van Aristoteles is dat de tien grondvormen samengevoegd een logisch verband creëren. Hiermee vormen Aristoteles’ tien grondvormen het fundament van de logica. Het samenvoegen van termen met verschillende grondvormen vormt een predicaat. Een predicaat is een logisch verband tussen een subject en een claim over het subject. Een dergelijk logisch verband maakt daarmee een waarheidsclaim en kan aan de logica én de werkelijkheid getoetst worden. Hiermee ontstaat het bewuste besef dat de mens een redelijk wezen is dat daadwerkelijk tot waarheid kan komen.
In zoverre Aristoteles’ categorieën de werkelijkheid constitueren, zijn de grondvormen van de werkelijkheid ook in een logisch verband met elkaar. Dit is een van de grote ontdekkingen richting het bewuste besef dat zowel ons universum als de mens een inherente logos bezit of dat ‘het woord’ de fundamentele grondvorm in het universum is.
Niek Wierenga