Bernard van Clairvaux - Ommekeer

De ommekeer is een centrale notie in het christendom.Wat verstaat Bernard van Clairvaux daar precies onder?

Wij mensen zijn zondaren en deze zondigheid drukt primair op onze eigen ziel. We leven niet in vleselijke en zintuiglijke ondeugd uit kwaadaardigheid, maar vanwege een innerlijke gevoelloosheid. Onze ziel is niet waar ze zou moeten zijn en laat daardoor een leegte achter. Er rest ons maar één redding: terugkeren naar God. Dit is cruciaal en heeft eeuwige consequenties voor de ziel: alleen in bekering vinden we het werkelijke leven.

Maar hoe kunnen we dit doen? Zelfs onze rede is blind omdat ze de ernst van onze gevallen toestand nog niet erkend. We beginnen afgescheiden en dood. Daarom horen we Gods liefdevolle stem niet: Zijn zalige Woord. Toch beseffen we in welke staat we leven: dit is geen leven, het is de dood! Dit belicht onze rede; we moeten iets doen. Door stille inkeer vindt de rede aan het begin van alle bekering een stem: Gods liefdevolle Woord roept ons onophoudelijk in ons hart terug naar Hem toe.

God’s stem is tegelijk ook het licht dat onze ziel belicht. Het verlicht de duistere goddeloosheid die diep in ons innerlijk verborgen is. Dit betekent dat de ommekeer noodzakelijkerwijs een diepe confrontatie is met onze eigen zondigheid. Hoe dieper we ons bewust worden van onze zonden en wereldse verlangens, hoe grondiger de ommekeer zal zijn.

Dit besef heeft de rede verlicht en dit leidt tot heftige verwarring. De rede roept de wil en het geheugen die nog dwalen in het duister: zie-hier het licht! De wil, drievoudig besmet, begint giftig te krijsen: wil je dan al het genot van me afnemen?! Hier beseft de mens de monumentale taak die hij zichzelf heeft opgelegd: we realiseren ons dat wij in werkelijkheid geen kans van slagen hebben.

Nu bovenal, zegt Van Clairvaux, moeten we in stilte luisteren naar Gods Woord in ons hart. De oneindige liefde van God spreekt en werkt door ons: zalig zijn de armen van geest, de zachtmoedigen en de treurenden. Het beoefenen en ervaren van dit Woord verzacht onze wil, die tegen alle redelijkheid zal blijven vechten. ‘Hopen op de vertroosting en liefde van God' moet onze houding zijn. Overvloedig en zachtmoedig treuren om onze geestelijke gevallenheid is de sleutel tot een stille inkeer die onze wil verzacht. Het troebele oog van onze ziel wordt gereinigd door onze tranen en het helderste licht wordt zichtbaar in ons hart. De wil verstaat nu, samen met de rede, de zalige stem van God.

Zuchtend en zachtmoedig zeggen we tegen onze wil dat ze mag rusten en nodigen haar uit in de paradijstuin. Het is God die alle eer toekomt en Hij zal ons ook bijstaan in de volgende en zwaarste taak: het zuiveren van ons geheugen.

De ommekeer volgens Van Clairvaux is dus in werkelijkheid zowel een volledige inkeer naar de zaligheid van Gods Woord, als een transformatie van onze ziel die we alleen kunnen bereiken door het werkelijk aangaan van onze diepste zondigheid. Dit is een diep treurig en cruciale taak van liefde die in werkelijkheid de overvloedige zaligheid van God vereist.

Vorige
Vorige

Abelard - Ethics

Volgende
Volgende

Pseudo-Dionysius - De Goddelijke Namen