Pseudo-Dionysius - De Goddelijke Namen
Waarover gaat het boek?
In essentie is "De Goddelijke Namen" een verdieping van het Platoonse idee dat het Ideeënrijk hiërarchisch is en daarbij ingevuld dat de hoogste ideeën op die ideeënhiërarchie Bijbelse namen zijn die wijzen naar de Bijbelse Drie-eenheid die zich achter de Platoonse ideeënhiërarchie bevindt. De Drie-eenheid van God staat buiten en voorbij de ideeënhiërarchie. Deze Drie-eenheid is de Schepper van, de essentie van, en de werkelijke werkelijkheid achter de ideeënhiërarchie. Wat dit precies is, is niet te beschrijven omdat het menselijke denk- en taalvermogen vastzit binnen de abstracties van de ideeënhiërarchie. Het menselijke bewustzijn bevindt zich als het ware achter een sluier van namen en concepten. We zien de werkelijke werkelijkheid niet: alleen een afspiegeling daarvan. De werkelijke werkelijkheid is de goddelijke Drie-eenheid die zo alomvattend is dat het individuele menselijke bewustzijn oneindig ver overstijgt.
Wat is de relatie tussen God en de namen in de ideeënhiërarchie? De volmaakte Drie-eenheid stroomt zijn goddelijke attributen over en komt op die manier gedifferentieerd de ideeënhiërarchie binnen. Dit betekent dat alle namen binnen de ideeënhiërarchie in meer of mindere mate attributen zijn van de perfecte eenheid die God is. De goddelijke namen zijn de hoogste namen op de hiërarchie en zijn dus zowel Platoonse ideeën als attributen van de Bijbelse Drie-eenheid. De mens participeert altijd aan ideeën, en wordt geroepen om te participeren aan de hoogste ideeën die het meest direct voortvloeien uit de werkelijke werkelijkheid: de goddelijke namen. Op die manier participeert de mens het meest direct terug aan het allerhoogste: de Bijbelse Drie-eenheid voorbij de ideeënhiërarchie.
Kan ieder mens dit? Proportioneel aan de capaciteit van ieder wezen schijnt het Goddelijke licht. Een gezonde geest kan met participatie aan de deugden en de goddelijke namen het hemelse licht contempleren en zo wordt men naar capaciteit terug omhoog getrokken tot gedeeltelijke participatie aan het goddelijke zelf (588C-588D). Echter, de mens is gevallen en benut zijn eigen capaciteit niet naar behoren. De mens kan naar capaciteit participeren aan Gods attributen maar kan dit ook niet weten, niet willen of niet kunnen. Hiermee mist de mens zijn eigen capaciteit en dit is het kwaad. Hiermee is het kwaad in de mens dus een imperfectie, een machteloosheid, een zwakheid en een verlating van participatie aan het hogere dat in werkelijkheid had kunnen zijn.
God is dus de onbeschrijfbare werkelijke werkelijkheid waar de gevallen mens een gesluierde afstand toe heeft. Een straal van Goddelijk licht schijnt door de sluier van namen en de overvloeiende attributen van God zijn de Bijbelse Goddelijke namen die bovenaan de Platoonse ideeënhiërarchie te vinden zijn. Platoonse participatie aan de hoogste goddelijke attributen op de Platoonse ideeënhiërarchie is dan de sleutel tot de menselijke terugkeer naar het hoogste werkelijke dat zich alomvattenden voorbij de Platoonse ideeënhiërarchie bevindt.