Calvijn - Onderwijzing in de Christelijke Godsdienst
'Wat is Christelijk leven?'
In de kern is het christelijke leven het uitdrukken van Christus' gestalte in ons leven. Dat wil zeggen dat het menselijke doel is om gelijkvormig te worden aan Christus. Maar hoe kunnen we dit doen? De mens is diep gevallen en is een onontkoombare zondaar. Hoe kunnen wij gelijkvormig worden aan de perfect heilige en rechtvaardige Christus als we niet kunnen ontsnappen aan onze gevallenheid?
De filosofen uit het verleden vinden het antwoord in het deugdzame leven of in het leven volgens de menselijke natuur. Met andere woorden, heiligheid en gerechtvaardigdheid zijn volgens hen te vinden in de goede, redelijke daden van de mens. Volgens Calvijn zijn dit beuzelachtige drogredenen. De daden van de mens kunnen namelijk nooit perfect deugdzaam zijn, en op basis van onze onvolmaakte daden kunnen we dan ook nooit het ware christelijke doel behalen: gelijkvormig aan Christus worden.
Calvijn geeft daarom een fundamenteel ander antwoord: men moet primair geloven in Christus. Door geloof in Christus als de ware God wordt de gelovige gerechtigheid toegerekend door Christus, en wordt de gelovige door Christus vergeven voor zijn onontkoombare zondigheid. Op die manier wordt de mens gerechtvaardigd door God op basis van zijn geloof. Gerechtvaardigdheid is dus een toerekening van God, die Hij schenkt vanuit Zijn genade voor de gelovige.
Hoe komt de goede christelijke daad dan tot stand? Na de rechtvaardiging is het de plicht van de gelovige om heilig te worden. Dit is de levenslange weg naar gelijkvormigheid aan Christus. Hier staat zelfverloochening centraal voor Christelijk leven. Dit betekent afstand doen van onze zelfgerichtheid en eigenbelang, waartoe we van nature geneigd zijn. De plicht van de gelovige is dan het volledige dienen van God en onze naasten.
De zelfverloochening betekent voornamelijk dat wij, net als Christus, onze “lichamen geven als een levende, heilige en Hem welbehaaglijke offerande.” Dit is het dragen van ons kruis: we moeten de pijn in de wereld, onze zonden, het kwaad en onze huidige zware levens dragen als het kruis van Christus, altijd beseffende dat God onze levens met een goed doel geschapen heeft.
De plicht van ons kruis dragen doen we dan in opgewektheid gericht naar God, getroost door de contemplatie dat ons huidige donkere leven slechts een korte beproeving is dat we in principe moeten verachten. Het toekomstige leven, daarentegen, is ons werkelijke vaderland dat we altijd voor ogen moeten houden.