Cusanus - De Docta Ignorantia

Ga na wat de centrale begrippen zijn in deel 1 van De Docta Ignorantia. Bespreek ze in hun onderlinge samenhang.

In deel 1 van "De Docta Ignorantia" staat centraal het Absolute Maximum, of het Grootste. Dit vertegenwoordigt tevens God, de hoogste Waarheid, die het menselijke verstand van nature zoekt. 

Symbolen fungeren als een brug voor het menselijk verstand om het Grootste te vatten. Alle onderzoek van de mens is noodzakelijkerwijs een verhoudingsgewijze vergelijking van symbolen en de kwantitatieve wiskunde bevat de symbolen met de meest onaantastbare zekerheid. Daarom helpt de wiskunde het menselijk verstand het meest in de natuurlijke zoektocht naar het Absolute Maximum.

Op overdrachtelijke wijze kan men goddelijke kwaliteiten onwetend weten en inzien dat de goddelijke eenheid in werkelijkheid tegelijk een drieheid is, zoals Pythagoras al beweerde. Hierin is God een pure eenheid en zodanig één dat hij alles omvat wat er is. Tegelijk is hij ook een drieheid: de Zoon, de Vader en de Heilige Geest die zowel in het Grootste als in het Kleinste één is. 

Het oneindige in de wiskunde laat op overdrachtelijke wijze de waarheid hiervan zien. De oneindigheid kunnen we symbool stellen voor het Absolute Maximum dat God in werkelijkheid is. De oneindigheid in de wiskunde is niet in een vergelijking te vatten. Het onttrekt zich aan iedere tegenstelling, onderzoek en begrip. Tegelijk kan er niet meer of minder oneindig zijn en dus is de oneindigheid op zichzelf een eenheid: er is maar één oneindig.

Tegenstellingen, zoals die van het Grootste en het Kleinste, vallen samen omdat zowel het oneindige Grootste als het oneindige Kleinste een eenheid en een oneindigheid is. Er is niets kleiner dan de oneindig kleinste eenheid en niets groter dan de oneindig grootste eenheid. Hieruit volgt dat tegenstellingen samenvallen in de eenheid en de oneindigheid. De gehele voor de mens bevattelijke theologie wordt uit dit beginsel afgeleid.

Voor de goddelijke drie-eenheid geldt bijvoorbeeld hetzelfde. De driehoek, die de kleinste eenheid en maat voor alle hoekige figuren is, heeft drie hoeken die in de oneindigheid samenvallen in een eenheid. Een driehoek wordt gevormd door drie rechte lijnen die samenkomen. In de oneindigheid stoppen de lijnen nooit met groeien, en hebben dus geen eindpunt. Hierdoor wordt de driehoek, en ook de drie hoeken, oneindig groot. Hierin vallen de drie hoeken samen in het ene oneindige. In de oneindigheid is er dus niet één en drie, maar een samenkomen van een daadwerkelijke drie-eenheid. Op deze manier laat het oneindige in de wiskunde overdrachtelijk zien hoe het goddelijke Absolute Maximum, tegelijk de kleinste eenheid en maat, in werkelijkheid als drie-eenheid samenkomt in al het zijnde. Dit is de maat en de essentie van al het zijnde en overstijgt alle tegenstelling.

Dit leidt tot de rustige wetende onwetendheid. Het menselijke verstand is eindig en kan het oneindige niet kennen. We kunnen ons wel beperkt voorstellen, door middel van de symbolische overdracht, dat het ene oneindige aan alle tegenstellingen voorafgaat en zo een drie-eenheid samengevouwen in al het zijnde kan zijn. In de wetende onwetendheid begrijpen we dat dit niet volledig te begrijpen is. Dit is de hoogste waarheid van het menselijk verstand.

Vorige
Vorige

More - Utopia

Volgende
Volgende

Bonaventure - The journey of the mind to God