Plotinus’ Eerste Enneade
‘Trek een rode lijn door de Eerste Enneade.’
Plotinus leefde in de periode tussen 204 en 270 na Christus, afkomstig uit Noord-Egypte, een cruciaal punt waar de westerse en oosterse filosofieën samenvloeiden binnen het omvangrijke en invloedrijke Romeinse rijk. Deze regio fungeerde als het belangrijkste handels- en culturele centrum van de toenmalige wereld, waardoor een ruime diversiteit aan kennis beschikbaar was.
Tevens kenmerkte de tijd van Plotinus zich door het paganisme van het Romeinse Rijk, een samenstelling van Griekse, Romeinse, Oosterse, en diverse andere goden. Na de dood van Plotinus, in het jaar 312 na Christus, veranderde deze situatie drastisch toen keizer Constantijn het Christendom legaliseerde. Hierdoor leefde Plotinus te midden van een culturele smeltkroes van verschillende filosofieën, religies en culturen, waarin een existentieel conflict woedde over de dominantie van de bepalende filosofie, godsdienst en cultuur.
Bovendien had Plotinus toegang tot de geschiedenis van uiteenlopende filosofieën die recentelijk diverse antwoorden op de grote existentiële vraagstukken hadden gegeven. Dit bood inzicht in de filosofische en pragmatische effectiviteit van verschillende filosofieën, waaronder die van Plato, Aristoteles, de Stoïcijnen, de Epicuristen, Perzische en Indiase.
Plotinus werd tevens sterk beïnvloed door het opkomende concept van de logos, waarin de wereld als rationeel begrijpelijk wordt beschouwd en de mens bewust rede en logica gaat gebruiken voor expliciet waar inzicht. De rationele ziel die zich op waarheid richt, participeert in de logos. Dit is de impliciete houding van Plotinus, en met deze benadering richt hij zich tot de schoonheid en het Absolute Goede.
Daarmee is Plotinus sterk beïnvloed door zijn tijd, locatie, de culturele en filosofische diversiteit, het opkomende idee van de logos, en het Platonisme. Dit alles gezegd hebbende is Plotinus gericht op de absoluut cruciale existentiële vraag van zijn tijd: wat zou het hoogste soevereine moeten zijn in deze culturele smeltkroes en hoe kan de mens dat hoogste bereiken? Plotinus tracht primair deze vragen in zijn werk te beantwoorden, waarbij hij Plato als vertrekpunt neemt.
Plato als vertrekpunt nemen impliceert dat essenties en ideeën een werkelijkheid vormen waaraan men al dan niet kan deelnemen. Zowel de mens als het hoogste (het Goede of God) hebben een essentie, een ziel, en dat is het uitgangspunt voor Plotinus.
Dit leidt tot de kernvraag bij Plotinus: hoe kan de menselijke geest zich verbinden met het hoogste goddelijke? Het Platoonse vertrekpunt en deze kernvraag is de rode lijn in Plotinus’ Enneaden en hieruit volgt logischerwijs de volgende vragen die in de Enneaden worden onderzocht.
Wat is de ziel? Wat is het hoogste (goede, goddelijke)? Hoe kan de ziel puur zijn en andere aspecten van de mens niet? Hoe verhouden de deugden zich tot dit systeem? Welk antwoord volgt op de klassieke vraag wat het goede leven is? Wat is de rol van filosofie en welke rol heeft schoonheid in dit systeem?