Seneca, Brieven aan Lucillius

‘Wijkt het stoïcisme van Seneca af van dat van Cicero? Waarin? En waarin niet?’

Het stoïcisme van beide schrijvers is een egocentrische psychotechniek om om te gaan met een existentiële buitenwereld die meedogenloos, onvoorspelbaar en onontkoombaar is. De stoïcijnse keer naar binnen van beide schrijvers is dus een reactie op het noodzakelijke existentiële lot van een vijandige buitenwereld. Niettemin zijn er verschillen in de stoïcijnse filosofie van beide auteurs, die voortkomen uit de afwijkingen in hun respectievelijke existentiële werelden.

Cicero’s dochter is tragisch omgekomen, hij is bezig te scheiden en hij leeft voortdurend met het reële gevaar vermoord te worden om politieke redenen. Hiermee is Cicero’s stoïcisme een manier om zich emotioneel af te sluiten van de vijandige buitenwereld. Zijn keer naar binnen is een overlevingsstrategie. Hij probeert de vraag te beantwoorden hoe hij kan functioneren met een bijna ondraagbare hoeveelheid emotionele stress. Cicero’s stoïcijnse doel is dus om functioneel te blijven onder extreem lastige omstandigheden. Een deugdzaam leven leiden zorgt voor innerlijke kalmte en hierdoor kunnen de emoties uitgeschakeld worden. Dit is Cicero’s antwoord.

Seneca's existentiële wereld heeft een andere focus. Voor hem is het vijandige lot sterk verbonden met de beperkingen van de menselijke fysieke natuur en de eindigheid van het menselijk bestaan. Aan het einde van zijn leven, waarin het besef van de menselijke eindigheid sterk aanwezig is, schrijft Seneca dat het enige leven dat de moeite waard is een wijs en filosofisch leven is. Dit staat gelijk aan het hebben van een goede binnenwereld, het enige waarover men invloed heeft en het enige wat een individu kan vertrouwen als die binnenwereld goed en wijs is. De mens moet wat hij kan beïnvloeden, namelijk de binnenwereld, goed, betrouwbaar, mooi en vreugdevol maken. Dit heeft intrinsieke waarde voor het individu, omdat dit leidt tot het enige waardevolle leven. Zo kunnen alle tegenslagen van het lot overwonnen worden. In tegenstelling tot Cicero mogen de emoties bij Seneca wel gevoeld worden, maar niet naar gehandeld worden. Men dient boven de gevoelens te gaan staan: een binnenwereld die bezet is met verlangens, angsten, goedgelovigheid en ontrouw is slecht. Een dergelijk leven is het leven niet waard en iemand die zo leeft, kan beter een eind aan zijn leven maken.

Hiermee ligt het onderscheid tussen beide schrijvers dus in het doel van de keer naar binnen. Cicero gebruikt de deugden om zich af te schermen van het vijandige lot en een manier om functioneel te blijven onder extreem existentiële omstandigheden. Seneca is op zoek naar wat een goed deugdelijk innerlijk is om het kortdurige en vijandige leven het leven waard te maken. Hierin staat Seneca naar mijns inziens op de schouders van Cicero. Seneca had kennis van Cicero’s werken en borduurt hierop voort maar had ook de existentiële en emotionele ruimte om verder in het innerlijk te zoeken. Hierin gebruikt Seneca de deugden niet als instrument zoals Cicero in feite doet, maar zoekt hij naar wat een deugdzaam leven is omdat dit intrinsieke waarde heeft. 



Vorige
Vorige

Epicurus - brieven

Volgende
Volgende

Cicero’s Tusculanae Disputationes