Thomas van Aquino - Over de Wet
Bespreek de soorten wet die Thomas onderscheidt en wat de verhouding is ertussen
Aquino’s redelijke fundering van alle wetten valt of staat met het geloof in een Goede God en Zijn objectieve Rede. Verdwijnt dit maatschappelijke geloof dan verdwijnt alle basis voor redelijkheid en wet. Onze dementerende Westerse maatschappijen en haar afglijdende rechtssysteem laten zien dat dit een waarheid is.
Aquino’s hiërarchische systeem van wetten, gebaseerd op goddelijke redelijkheid, is als volgt opgebouwd. Het hoogste in iedere hiërarchische klasse is het eerste beginsel van die klasse. Dit is de regel, de maat of de wet van die klasse die tot handelingen aanzet of afhoudt.
Aquino’s primaire klasse is de goddelijke Rede: de Eeuwige Wet. Het is de goddelijke blauwdruk die het universum ordent en stuurt volgens Gods intentie. Hiermee wordt aan handelingen en bewegingen een juiste richting gegeven. Alle geschapen dingen, waaronder de wetten van lagere bestuurders, zijn van de hoogste wet afgeleid. Niet-redelijke wezens zijn volledig ondergeschikt aan de Eeuwige Wet. Redelijke wezens hebben een natuurlijke neiging om met de Eeuwige Wet in te stemmen via de deugden. De slechten kennen en neigen onvolmaakt naar de Eeuwige Wet. De goeden stemmen altijd in met de Eeuwige Wet.
De twee goddelijke wetten zijn de vertaling en openbaring van de Eeuwige Wet geweest om de mens een noodzakelijke bovennatuurlijke richting te geven. Dit is zowel voor het begrip als voor de praktische toepassing van de Eeuwige Wet. Deze wet is onvolmaakt geopenbaard in het Oude Testament en volmaakt geopenbaard in het Nieuwe Testament. Deze twee wetten bevestigen de natuurwet en vullen deze aan.
De natuurlijke wet is de verheven deelhebbing van het redelijke schepsel aan de Eeuwige Wet. Met onze menselijke natuur nemen we deel aan de Goddelijke Rede door onze verheven staat van zelfbeschikking. Hierdoor zijn we op natuurlijke wijze verplicht om deugdzaam te handelen, gericht op het gemeenschappelijke goede. Deze wet is in de strikte zin van het woord geen hebbelijkheid. We moeten de natuurlijke wet cultiveren door middel van de deugden en tot een hebbelijkheid creëren.
Sterker nog, het overgrote deel van de mensheid begint niet met de natuurlijke wet als een hebbelijkheid. Voor deze mens is het noodzakelijk dat de rechtvaardige bestuurder van de gemeenschap wetten gelijk en naar verhouding opstelt. Zo wordt de mens bewogen naar zijn natuurlijke vermogen tot redelijkheid en deugdzaamheid door middel van vrees voor straf. Deze menselijke wetten zijn onderverdeeld in het algemeen volkenrecht, dat universeel geldt, en het burgerlijk recht, dat kan verschillen per groep en politieke gemeenschap. Hierin is het hoogste goede voor de gemeenschap altijd leidend, wat betekent dat sommige wetten kunnen worden vrijgesteld of veranderd mits dit gerechtvaardigd is en de nadelen niet vergroot. De menselijke wet is gerechtvaardigd als de wet instemt met zowel de natuurwet als de Eeuwige Wet.
In conclusie legt Aquino’s systeem van wetten een fundering in de goddelijke Rede die alle wetten rechtvaardigt. Zonder deze fundering staan alle (menselijke) wetten op los zand. Dit is een waarheid die de moderne mens opnieuw zal moeten overwegen, wil zij de redelijke wet behouden.